Vakantie naar Kreta 1998

De eerste normale vakantie als getrouwd stel ging naar Kreta. Indertijd waren de Griekse eilanden een populaire en budget-vriendelijke bestemming, vooral voor jonge mensen. Hoewel het weer de eerste van 2 weken niet meezat, werd het later beter en hebben we met volle teugen van deze zonbestemming kunnen genieten.

Kreta, Loutro haven

Op weg naar Kreta

Vrijdag 1 mei 1998

Na een pijnlijke familiekwestie worden we door Judi en Vincent naar Schiphol gebracht. Hoewel we bang waren dat we het vliegtuig zouden missen waren we toch nog ruim op tijd aanwezig. En wat bleek, ons vliegtuig moest ook nog een tussenlanding maken op vliegveld Maastricht waardoor we alles bij elkaar 2½ uur te laat bij ons appartement aankwamen. Gelukkig mochten we het laatste gedeelte van de reis met de taxi afleggen. Het dorp waar we de komende twee weken zouden verblijven bleek groter dan we verwachtten. In plaats van een lieflijk klein vissersdorpje zoals we die vorig jaar op Chios wel tegenkwamen reden we door een massale toeristenplaats. Daarbij lag ons appartement helemaal aan de andere kant van het dorp zodat het wel even duurde voordat de taxi ons voor de deur afleverde.

Het appartement zelf voldeed – in eerste instantie – in bijna alle opzichten aan onze verwachtingen. Twee kamers: een gecombineerde kitchenette en living en een aparte slaapkamer met… wat een schrik: twee losse eenpersoonsbedden. Moe als we waren van de reis vielen we beiden echter als een blok in slaap.

Agia Pelagia

Zaterdag 2 mei 1998

Na het wakker worden bleek dat de matrassen toch wel wat hard waren. Daar zou ik die avond wel verandering in brengen. We hadden overigens wel een supergroot balkon tot onze beschikking. De twee appartementen naast de onze waren niet verhuurd dus hadden we alle ruimte voor ons zelf. Vandaag moesten we eigenlijk naar de grote stad om geld te halen. Hoewel we voor aanvang van de reis wat geld bij de bank hadden gewisseld was dit slechts bedoeld om een avond mee te kunnen overbruggen. Helaas ging er maar vier keer per dag een bus naar Heraklion, waarvan we er al 2 gemist hadden. Toen we nog eens naar de bustijden gingen informeren bij onze conciërge konden we zomaar 20.000 drachmen lenen zodat we toch ’s avonds ergens in de buurt konden gaan eten. “Breng het morgen maar terug”, zei hij in keurig toeristen-engels. De rest van de dag hebben we aan het zwembad doorgebracht. Door een koele wind was het goed uit te houden.

Die avond aten we enkele bekende Griekse specialiteiten in Socrates, een internationaal etablissement waar je in iedere bekende Europese taal werd begroet en bediend. Nou ja, in elk geval was het eten lekker en beslist niet duur. Om toch de nacht samen in een bed door ter kunnen brengen schoven we de losse eenpersoons tegen elkaar en stapelden nog twee extra matrassen van de bedbanken uit de woonkamer op dit geheel. De lakens en dekens legden we overlangs en overlappend op het matras en sliepen vervolgens als (op) rozen.

Heraklion

Zondag 3 mei 1998

We moeten op tijd opstaan om de eerste bus te kunnen halen. Daarom waren we al om half 11 in Heraklion, de hoofdstad van Kreta. Nu nog een bank zoeken waar je kon pinnen. En wat een ellende: de een was kapot en de volgende accepteerde alleen Griekse passen. Pas na twee uur slenteren vonden we een automaat aan de rand van de stad. Eindelijk konden we dan terug naar het centrum. In de haven vonden we een oud Venetiaans fort dat we van binnen en van buiten hebben gezien. We moesten wel weer op tijd terug zijn om de bus naar het appartement terug te kunnen nemen. Omdat we nog een kwartier moesten wachten en een beetje honger hadden wilden we wel een broodje gyros halen. Dat is een soort pannenkoek, opgerold in een puntzak met vlees, tzatziki en frites er middenin. Omdat we niet zo snel een eetstalletje konden vinden misten we weer bijna de bus. Het gyrosbroodje hebben we noodgedwongen maar verder in een volle bus opgegeten. Eenmaal terug in Aghia Pelagia hebben we nog boodschappen gedaan in het dorp.

Er zat onweer in de lucht. Toen we ons opmaakten om die avond te gaan eten viel de regen in dikke druppels naar beneden. Het was echter een tropisch buitje. Na een half uur was alles weer droog. Toen stak er echter een wind op die snel aanzwol tot een kleine storm. Daarom aten we die avond maar in restaurant “George” tegenover ons appartementencomplex. Toch moesten we weer en wind trotseren om er te komen. Na een heerlijke maaltijd legden we ons ter ruste.

Om 1 uur ’s nachts schrokken we wakker door een knal. Vijf minuten later: weer een knal. Het duurde even voor we beseften dat de oorzaak in de buurt van ons eigen appartement moest worden gezocht. Wat bleek: de luikjes voor onze ramen waren los gewaaid en zaten er vrolijk op los te klapperen in de wind. Hopelijk waren wij de enige die het gehoord hadden. Rond 4 uur ’s ochtends ging plots het licht aan. “Nee, werkelijk! Het is niet waar! Waarom heb ik dat?” Als een vreemde speling van de natuur was Claudia ineens gezegend met een kleine bult op haar bovenlip. “Vast een vies glas… maar dan was het mijn onderlip geweest.” Inderdaad een vreemde kwestie, maar gezien het feit dat de bult zich in zeer korte tijd manifesteerde en er bovendien een mug op onze kamer rond zoemde hielden we het maar op een muggenbult. Twee dagen later was het gelukkig weer verdwenen.

Bali

Maandag 4 mei 1998

Na een nacht met onderbrekingen worden we tegen 11 uur wakker. Boodschappen doen in het dorp en een auto huren, want iedere keer met openbaar vervoer reizen is niks. Alleen met welk verhuurbedrijf gaan we in zee? Alleen in ons dorp al zijn er zeker 10 te vinden. Als we ons ergens in het dorp staan te beraden worden we al – voor we er zelf erg in hebben – ergens mee naar binnen getroond. De vrouw die ons aanspreekt is wel een tikje aanmatigend. Als we te kennen geven dat we graag de simpelste en goedkoopste auto willen hebben die ze heeft wordt direct tegengesputterd dat we toch rijke Hollanders zijn waarvoor het beste nog niet goed genoeg is. Daarom beproeven we ons geluk ergens anders. Uiteindelijk wordt het een Fiat Panda met halfopen dak. Jammer genoeg staat de auto een beetje ongelukkig geparkeerd (op een helling ingeklemd tussen twee andere wagens) dus het wegrijden ging niet helemaal zonder slag of stoot. Maar uiteindelijk hebben we dan toch voor een week een eigen auto. Omdat het al tegen de middag liep zijn we naar een dorpje in de buurt gereden. Naar verluid het geboortedorp van El Greco de schilder. Plichtsgetrouw hebben we zijn ouderlijk huis en een klein naburig gelegen byzantijns kerkje bezichtigd, maar eigenlijk waren de alomtegenwoordige citrusplantages veel interessanter. Verder reden we naar Bali, een opkomend badplaatsje met een strand van nog geen 30 meter lang. Bali is natuurlijk ook maar klein.

Dwars over Kreta

Dinsdag 5 mei 1998

We gaan vroeg op pad want we beginnen vandaag aan route nummer 1 die ons door het middelste gedeelte van Kreta zal voeren. We rijden eerst langs Heraklion om extra geld te halen. Dat bleek een kleine vergissing want het was net spitsuur (althans zo leek het) en de stad was één grote chaos. Brommers, scooters en andere vehikels reden kriskras door het autoverkeer heen. Verder waren flink wat straten geheel of gedeeltelijk opgebroken. Alles bij elkaar leek het me een hachelijke onderneming die we wonder boven wonder heelhuids hebben voltooid. Na dit incident ging het verder naar het zuiden. In Gortys was een gedeeltelijk blootgelegd fundament van een oude Grieks/Romeinse stad te bezichtigen. We reden er al bijna voorbij. Toen we samen met de meute zonder kaartje naar binnen probeerden te lopen werden we zonder pardon terug geroepen. Na Gortys reden we door naar Festos: de opgraving van een oud Minoïsch paleis. Gelukkig hadden we zelf een goed boek met uitleg meegenomen, anders waren we uit de massale steenhopen vast geen wijs geworden. Festos was hooggelegen en het uitzicht van daaruit over de naastgelegen vlakte was magnifiek. Inderdaad ging de vergelijking met het Hof van Eden uit het boek volledig op. Na Festos gingen we door naar Matala: de grotwoningen van de hippies. Alleen kwamen we daar nooit terecht want we strandden voordien op het mooiste strand dat ik tot dan toe in mijn leven had gezien. Kalamaki Beach met het witste (weliswaar opgespoten) zand, de blauwste zee en groene palmbomen was werkelijk een idyllische plek. Dit was overigens de eerste keer deze vakantie dat we op het strand lagen. Na wat gegeten te hebben in een plaatselijke taverne reden we door naar het oude klooster Moni Previli. Tussendoor stopten we in het oude maar toeristische vissersdorpje Agia Galini.

Hoewel het klooster indrukwekkend was kon je er door omheiningen van prikkeldraad niet erg dichtbij komen. Maar we kwamen dan ook voor het palmenstrand Previli. Dit zou minstens zo mooi zo niet mooier zijn dan het palmenstrand in Vaï waar we helaas door tijdgebrek en de grote afstand niet naartoe konden. Na een stevige afdaling van een half uur konden we een beperkte blik werpen. Mooi maar niet bijzonder! Nu weer naar boven. Aangezien het al tegen de avond liep hadden we de laatste toerist al op weg naar beneden ontmoet. Toen we moederziel allen terugkwamen bij de auto waren we ineens ingesloten door een horde geiten. Snel de auto in en we waren nog voor de zonsondergang thuis. Dan snel kijken of er al warm water was… Wat ik heb vergeten te vertellen is dat ons douchewater door zonne-energie werd verwarmd. Als een dag de zon niet scheen had je echter tussen 19 en 23 uur elektrisch verwarmd water. Tot nu toe waren onze douches – zon of geen zon – altijd koud geweest. Tenslotte aten we ten tweeden male bij George. Ze begonnen ons al te kennen.

Chersonisos

Woensdag 6 mei 1998

Vandaag gaat de reis naar het oostelijke en meest toeristische deel van het eiland. Eerst naar Chersonisos met zijn drukke flaneer- en winkelstraat. Het strand aldaar was echt niets aan. Vanuit Chersonisos gingen we door naar de Lasithi hoogvlakte. Deze vlakte zou (volgens de boeken) worden gekenmerkt door typisch Griekse windmolens waar door de voortschrijdende mechanisatie echter niets meer van te zien was. Werden ze vroeger gebruikt voor het oppompen van water, tegenwoordig waren ze bijna allemaal vervangen door moderne dieselpompen. De rit naar de vlakte was ondanks het bescheiden aantal kilometers een lange zit. Bij de geboortegrot van Zeus hielden we even halt. Deze was echter gesloten. We lieten de Lasithi-vlakte achter ons en reden door naar Agios Nicolaos. Na alles wat we hierover gehoord en gelezen hadden viel dit toeristische plaatsje een beetje tegen. Daarom reden we – na een ijsje gekocht te hebben – meteen verder naar Elounda om een bezoek te kunnen brengen aan het lepra-eiland Spinalonga. Over een smalle kunstmatige dam met aan weerszijden brokstukken van een bezonken stad kwam je met de auto op het schiereiland. Later bleek echter dat we het verkeerde eiland bezocht hadden. Het echte Spinalonga lag nog achter het eiland dat wij bezocht hadden. Omdat we toch wel een beetje gaar waren van het rijden hebben we in Elounda nog heel even op het strand gelegen waar we de hele tijd door een aanhankelijke zwerfhond werden lastiggevallen. Het was zelfs zo erg dat we bang waren dat ze bij ons in de auto zou springen op het moment dat we wegreden. Die avond aten we in een restaurantje genaamd Eden.

Kalamaki Beach

Donderdag 7 mei 1998

Vandaag is het een rustdag. Lekker bruinbakken aan het strand. Geen lange autoritjes. Rust. Alleen – hoe kan het ook anders – pakt het anders uit. Omdat we aan de zuidkust een mooi strand ontdekt hadden waren we van plan recht naar het zuiden te rijden en daar een ander mooi strand op te zoeken. Alleen was onze autokaart niet gedetailleerd genoeg en reden we al gauw verkeerd. Het korte ritje veranderde al snel in een vermoeiende tocht door de bergen. Op gegeven moment kwamen we weer in Agia Galini terecht waar we de vorige dag al even geweest waren. In de verte zagen we een lang strand. Volgens de kaart zou dat bij het dorpje Pines moeten liggen. Daar naartoe gereden bleek het strand echter nergens te bekennen. We namen een verfrissing in de lokale bar waar we werden gadegeslagen door een aantal militairen die aan een ander tafeltje gezeten waren. Omdat we nu toch vlakbij het paradijselijke Kalamaki waren gingen we daar maar naar toe. Eindelijk hadden we ons strand gevonden. Alleen hadden we er 2 uur langer over gereden dan we van plan waren. Tegen de avond aten we aan het strand een uitgebreide maaltijd waar we na afloop ieder een glas raki kregen dat we echter niet konden opdrinken omdat we nog moesten rijden.

Oudheidkundig museum in Heraklion

Vrijdag 8 mei 1998

De dag begint slecht want het is bewolkt en regenachtig weer. Daarom besluiten we naar het museum in Heraklion te gaan. Tegen de middag zien we dan wel weer. In het museum worden we overweldigd door de grote hoeveelheid oudheidkundige stukken (potten, vazen, sierraden, etc.) Heel interessant maar ontzettend vermoeiend. Na 3 uur komen we weer buiten in de open lucht. We pakken een terrasje aan het museumplein. De prijzen zijn hier beslist niet van de lucht. Een pilsje kost al gauw 4 gulden. We lopen door de bazaar en kopen groenten voor vanavond. Tussen alle groente- en souvenirstalletjes bevinden zich ook tentjes waar gevilde konijnen, inktvis en kip op een griezelige manier wordt aangeprezen. Eenmaal terug in het appartement is het weer er nog steeds niet beter op geworden, daarom kruipen we maar weer in bed.

Retimnon

Zaterdag 9 mei 1998

Vandaag gaan we west. Omdat het weer verslechterd was (flinke regenbuien af en toe) gingen we niet de bergen in maar bleven we zoveel mogelijk aan de kust. Zodoende kwamen we in de indrukwekkende stad Retimnon. De boulevard was heel toeristisch: allemaal eettentjes waar je naar binnen gelokt werd als je niet uitkeek. Het haventje echter was een plaatje. Pastelkleurige schots en scheef gebouwde restaurantjes en cafeetjes: net Venetië. Na de haven kwamen we bij de oude vestingwerken terecht. Een heel imposant gezicht. Door de mengeling van Venetiaanse en Turkse invloeden leek het van binnen als een landschap uit de sprookjes van duizend en één nacht. Ook de her en der staande palmbomen droegen hieraan bij. Na de bezichtiging liepen we terug naar de Boulevard om pizza te gaan eten. Het uitzoeken van een geschikte eetgelegenheid was echter niet zo eenvoudig. Toch vonden we nog een echte pizzeria waar pizza’s in een authentieke kleioven werden gebakken. Heerlijk!

Chania

Zondag 10 mei 1998

Zondag 10 mei: aangezien het nog steeds regent blijven we nog even aan de kust. We rijden naar het plaatsje Chania, de oude hoofdstad van Kreta. Was Retimnon al pittoresk met haar Venetiaanse haven, Chania was in dat opzicht toch de meerdere. Na de stad rijden we naar het Kournas-meer. Het enige zoetwatermeer op Kreta. Het kost ons moeite om het te vinden en als we er zijn blijkt het eigenlijk niet veel om het lijf te hebben. We rijden terug naar basis en maken zelf een vegetarische schotel. Dan: vroeg naar bed want morgen doen we de Samaria-kloof.

Samaria kloof

Maandag 11 mei 1998

Om 5 uur ’s ochtends gaat de wekker. De bus komt al over een half uur. Tegen de tijd dat we naar de opstapplaats gaan komt de bus ons al tegemoet. Oei! Bijna gemist dus. Om de beurt worden verschillende mensen opgehaald. Het duurt dus wel even voor we goed en wel op weg zijn. De vraag is echter of de tocht wel door kan gaan. Door het slechte weer blijkt de kloof gesloten te zijn. Het alternatief – de Imbros-kloof – wordt daarom besloten. Een half uur later horen we dat ook deze niet toegankelijk is. Toch maar doorrijden naar Oemalos waar de Samaria-kloof begint. Dan hebben we in elk geval een blik kunnen werpen. Daar aangekomen heerst overal een dichte mist. Niks te zien dus. Zonder ook maar een voet buiten de bus te hebben gezet keren we terug naar huis. Alleen de stemming in de bus was te snijden. Iedereen wil zijn geld terug. Pas als de eerste mensen thuis afgezet worden komt er duidelijkheid. Het geld kun je via je reisleider terug krijgen. Al met al zijn we tegen twaalven weer terug in ons appartement. Het blijkt intussen mooi weer te zijn geworden en we hebben nog een hele middag voor ons. Die brengen we door aan het zwembad van ons verblijf. De eerste mooie middag na zoveel regenachtige dagen. ’s Avonds lekker uit eten. Heerlijke vis geserveerd door twee jolige obers. Als we willen afrekenen krijgen we nog een cognacje van het huis op de koop toe. Dat is nog eens service. Daar was de rekening dan ook naar. Na het eten nog een afzakkertje in de Bananen-club. De bartender blijkt een geschikte kerel. We bestellen tequila-slammer. We krijgen echter tequila in sprite. “Just drink it and I’ll make you another one”. Vervolgens krijgen we ieder een borrelglaasje tequila, een citroen en een potje zout. Ik probeer me het ritueel te herinneren: een beetje zout op je hand, oplikken, tequila achterover slaan en vervolgens een hap citroen nemen. Als we willen afrekenen zegt de barkeeper: “Would you like to drink a tequila with me?” Ik zeg dat ik niet zeker weet of ik daarna nog kan lopen, maar we doen het toch. Met z’n drieën volvoeren we het ritueel en we worden volledig uitgehoord over waar we vandaan komen, wat voor werk we doen, en ga zo maar door. Aan de andere kant komen we ook heel wat te weten over Kreta en Griekenland. Het was een gezellig gesprek. Na nog een glaasje tequila komen we weer terug in ons appartement.

Stranddag

Dinsdag 12 mei 1998

Vandaag is het stranddag. Ietwat licht in mijn hoofd sta ik op. Claudia ligt nog te slapen. De auto moet nog teruggebracht worden. Dat doe ik dan maar. Als ik de sleutel inlever wordt verder niet naar de auto omgekeken. Hadden we hem nog wel een dag langer kunnen houden. En hadden we hem niet vol hoeven te tanken. Bij de bakker koop ik verse broodjes, in de mini-market smeerkaas en w.c.-papier. Na een goed ontbijt gaan we een afgelegen strandje opzoeken. Er zijn er genoeg in deze omgeving, dus we kunnen iedere dag wel een andere nemen.Het strandje van vandaag ligt in een hoek van een grote baai, is bezaaid met kiezels en wordt voornamelijk in beslag genomen door een grote luidruchtige engelse familie. ’s Avonds nemen we nog een kijkje in het sjieke Capsis Hotel. Naar verluid hebben hier de staatshoofden van verschillende landen gelogeerd. En dat geloof ik best. Zulk een grandeur en decadentie heb ik nog nooit in den lijve aanschouwd. De ontvangsthal is al zo groot als een schouwburgzaal. De gebouwen worden omgeven door een prachtig park. Aangezien we nog ongeveer FL 120,- over hebben om de komende vier dagen van te moeten eten, zoeken we een wat eenvoudiger restaurant op. Jammer genoeg is de kwaliteit ook navenant. Enigszins aangebrand verlaten we het restaurant en keren terug in het appartement.

Weer een stranddag

Woensdag 13 mei 1998

Vandaag proberen we het strand te vinden dat we een week eerder vanaf de rotspunt hebben zien liggen. Naar onze mening moet het binnen loopafstand van ons appartement liggen. We zouden hier en daar een kortere route kunnen nemen, we kiezen echter voor de weg die we ook met de auto hebben gereden en dan blijkt het nog een hele klim. Op het strand verschijnen regelmatig mensen in duikkostuum. Het is een vreemd gezicht om ineens van die buitenaards aandoende gestalten uit de zee te zien oprijzen. Tussen de middag eten we salada en tzatziki in een lokaal etablissement waar we worden geholpen door een overdreven beleefde ober met een vreemd lachje. ’s Avonds merken we pas hoe goed we verbrand zijn. Dat wordt dus rustig aan doen morgen! Als avondmaal nuttigen we een gyros-pita uit de plaatselijke snackbar.

Laatste avond

Donderdag 14 mei 1998

Na het ontbijt maken we een wandeling door de rondom het dorp gelegen bergen. Omdat op een gegeven moment de wegen ophouden moeten we door allerlei moestuinen terugkeren naar het dorp. Dankzij onze verbrande lichaamsdelen houden we ons gedurende de middag maar schuil op ons balkon. Als de middag vordert wordt het daar te koud en verhuizen we naar de voorzijde. Al gauw wordt ons voorbeeld gevolgd door de rest van de appartementen. ’s Avonds eten we spaghetti met zelfgemaakte (reeds eerder die middag al) bolognese saus maar dan zonder gehakt. Als besluit een avondwandeling naar het water, maar de koude wind doet ons al snel terugkeren. Het wordt onze laatse nacht. Koffers worden alvast gepakt.

Heraklion en terugreis

Vrijdag 15 mei 1998

We ontbijten met de laatste restjes beleg. En besluiten en passant om ’s ochtends nog even naar Heraklion te gaan. Leuk om nog een laatste dag door de stad te slenteren. We lopen wat, we kijken wat en we eten wat. We proberen ook Griekse koffie maar die blijkt toch behoorlijk zwaar te zijn. In een winkeltje open we een reproductie van een fresco uit het archeologisch museum van Heraklion. De mevrouw uit de winkel is uiterst vriendelijk en we kopen “De Blauwe Dolfijnen” voor een special price. Dat zal vast heel leuk staan in ons huisje. Na het statten lekker luieren aan het zwembad. De sleutel van het appartement hebben we al moeten inleveren. Onze koffers staan bij de receptie maar gelukkig heb ik m’n zwembroek al aan. Na een duik in het zwembad (het is warempel de eerste en laatste keer deze vakantie dat ik heb gezwommen) probeer ik nog door de zon droog te geraken. Van onze beheerder mogen we gebruik maken van de douche in appartement nummer 21. Erg aardig! Daarna eten voor de laatste keer bij George. Het mousaka-menu. Er lekker! Dan komt de bus en moeten de koffers naar boven. Na een korte rit zijn we op het vliegveld en begint de ellende. Het is enorm druk. Er staan rijen mensen voor de incheckbalies en sommige rijen lopen zelfs zigzag door de hal. Een half uur later staan we nog ergens halverwege totdat er een tweede balie geopend wordt. Deze schiet wel op. Na het inchecken kunnen we naar de wachtruimtes. En het wordt een lange wacht! Vliegtuigen komen en gaan maar een vliegtuig van Air Holland is er niet bij. Ondertussen is de oorspronkelijke vertrektijd aangebroken maar nog steeds geen nieuws. Gelukkig staat het vliegtuig van Martinair er ook nog en die had al een kwartier eerder moeten vertrekken. Na een uur besluiten we eens beneden te gaan kijken. Er blijken monitors met vertrektijden te hangen, Bij ARH530 staat… DELAYED to 23:30. Nou ja! Om 23:25 verspringt de tijd naar 23:45. Kort daarop naar 23:59. Om 23:55 krijgen we te horen dat we aan boord mogen. Hier moeten we echter nog zeker 40 minuten wachten voordat we de lucht in gaan. Al met al een vertraging van bijna 2½ uur. Nu maar hopen dat we snel kunnen landen en snel onze koffers kunnen pakken, dan zijn we tegen het ochtendgloren wel thuis.